maandag 8 april 2013

De Spaanse en de Grote omwalling


Tien jaar geleden stootte de aannemer bij de heraanleg van de leien her en der op de restanten van de oude stadsomwalling uit de Spaanse periode. Dat de omwalling daar gestaan had, was bekend natuurlijk, maar niemand wist precies of er nog wat van bewaard was. Ja dus, en heel wat, bleek gauw. 


Keizersbastion (foto BELGA)
De Spaanse omwalling

De stadsmuur werd gebouwd vanaf 1542 onder keizer Karel V op vraag en op kosten van de stad na de raids van Maarten van Rossum. Antwerpen was immers uitgegroeid tot een belangrijke handelsmetropool en was met 100.000 inwoners de tweede grootste stad van Europa. 

De monumentale versterking, ontworpen door Donatio Boni Di Pellizuoli , telde negen bastions (vijfhoekige uitsprongen), acht fronten (rechte stukken muur) en vijf poorten met bruggen over de gracht en een contrescarpmuur (gemetselde grachtboord aan de veldzijde).
De kosten liepen hoog op en algauw keek de stad aan tegen een enorme schuldenberg. De oprichting van de Fortificatiekas in 1546 bracht meer financiële controle. 
De omwalling werd in delen uitbesteed aan fortificatiemeesters die hierbij moesten zweren voordeel voor de stad na te streven en schade te vermijden. In het bijzonder moesten zij erop toezien dat de werken aan de gunstigste prijs ten voordele van de stad werden uitgevoerd. A-waarden in de 16de-eeuw.
In 1553 waren de werken voltooid. De Antwerpenaar was trots op zijn omwalling die zijn stad, 't Stad dus van het omliggende platteland duidelijk onderscheidde en een echte 'sinjoor' van hem maakte.

De Spaanse omwalling sloot zowel aan de noord- als aan de zuidkant van de stad aan op de Schelde. Aan de noordzijde lag het bastion Kattenberg, in het zuiden het bastion aan de Kronenburgtoren. 
De bouw van een volledig nieuwe moderne omwalling was enig in die tijd. De Italiaanse koopman en geschiedschrijver Lodovico Guicciardini verklaarde dat Antwerpen zeker de sterkste stad van Europa was.
Alva
Citadel

Later, tijdens het bewind van Filips II toen de hertog van Alva te lande de plak zwaaide, werd ten zuiden van de omwalling de citadel gebouwd(1567-1571). De vijfhoekige dwangburcht met zijden van 300 m, bood plaats aan 2000 soldaten. Op elke hoek bevond zich een sterk vooruitspringend bastion voorzien van twee bomvrije ruimten, kazematten genoemd. De citadel moest niet zozeer de stad beschermen, dan wel ze onder de knoet houden. De kanonnen stonden immers op de stad gericht. 
Alva wilde het kasteel integreren in de stadsomwalling en daarom liet hij de muren en het bastion gelegen tussen de Keizerspoort en de Kronenburgpoort slopen en vanaf de Keizerspoort werd een nieuwe verbinding gebouwd.
De nieuwe omwalling lag een flink stuk zuidelijker dan de vorige, zodat de stad haar grondgebied met zowat 60 ha. zag uitbreiden. Nieuwe wijken kwamen er niet, want de esplanade van het kasteel die zowat 50 ha. groot was, mocht niet bebouwd worden. 
In 1608 liet burgemeester Nicolaas Rockox aan de voormalige Sint Michielsabdij een nieuw bastion optrekken. Dit bleef lange tijd een belangrijk verdedigingspunt.

Met de inname van de stad door Farnese kwam een einde aan de economische voorspoed. De volgende drie eeuwen veranderde er vrijwel niets aan het stedelijk landschap.
De versterking werd in de volgende eeuwen wel uitgebreid met voorwerken en grachten, wat o.m. duidelijk te zien is op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden uit 1777, beter bekend als de Ferrariskaart.

De Grote Omwalling

Door de wederopbloei van Antwerpen waren de Spaanse vesten een belemmering geworden voor de uitbreiding van stad en haven. De stad barstte gewoon uit haar muren. Ze was dan ook zelf vragende partij om de wallen te slopen en een nieuwe stadsmuur te plaatsen. 
Toen Antwerpen in het midden van de 19de eeuw Nationaal Reduit werd, zeg maar het laatste toevluchtsoord van leger en leiding in geval van vijandelijke bezetting, werd die eis nog krachtiger.
Het verdedigingsplan van Henri Alexis Brialmont dat in 1859 voor uitvoering werd goedgekeurd, voorzag de bouw van een nieuwe stadsmuur met daarbij acht vooruitgeschoven forten op grotere afstand van de stad.

De nieuwe stadsomwalling had een lengte van 15 km en bestond uit 12 fronten en monumentale stadspoorten. In het zuiden sloot ze aan op de grachten van de 16de-eeuwse citadel. Ze maakte een grote boog rond de stad, ongeveer op de lijn van de huidige ring. Aan de noordkant van de stad werd het Noordkasteel gebouwd, waardoor ook de nieuwe havenuitbreidingen ingesloten werden. Het had twee inundatiesluizen op het Vosseschijn en de Schijn om bij vijandelijkheden  de afwatering naar de Schelde te blokkeren en het noord onder water te zetten. 
De zeer snel groeiende centra van Borgerhout en Berchem moesten mee in de nieuwe stadsomwalling gesloten worden. Zij werden zo gescheiden van hun respectievelijke gronden en er ontstond een intra en een extra muros gedeelte. Om de kerk van Berchem binnen de muren te houden, moest een rechte hoek in zuidoostelijke richting gemaakt worden, wat voor de bouw van fort 4 in Mortsel gevolgen had. Dat fort ligt daardoor dichter bij de stadsmuur dan de andere forten.

Het Zuidkasteel bleef tot grote ergernis van de Antwerpenaar nog behouden. In de jaren 1851-1854 waren er immers nog dure werken aan uitgevoerd. Maar de Antwerpenaar herinnerde zich vooral hoe zijn stad vanuit de citadel was beschoten door de Nederlander Chassé en de zijnen in 1830. 
Door de Grote Omwalling verzesvoudigde de omwalde oppervlakte van de stad van 242 naar 1650 ha.
Jozef Cornelis Van Put

De Spaanse vesten, die alle militair belang hadden verloren, werden voor 10 miljoen Belgische frank opnieuw eigendom van de stad. De afbraak van de muren en de prachtige Renaissancepoorten zou jaren aanslepen.  Op de plaats van de verdwenen stadsomwalling liet burgemeester Van Put een 'boulevard' aanleggen, waarop de sinjoor naar hartenlust kon flaneren.
Enkel de bovengrondse delen van de wal werden afgebroken. Wat onder de grond zat, bleef daar bewaard. Getuige daarvan het Keizersbastion nabij de Nationale Bank, waarvan de heropgebouwde restanten onlangs officieel voor het publiek werden opengesteld. Maar ook de Kipdorpbrug, inclusief de gewelven, is onder de leien behouden gebleven. 

De grote omwalling kende een kortstondiger bestaan dan haar voorganger. Na nauwelijks honderd jaar verdween ze voor de aanleg van de ring. 


Vera Caremans © 2013


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen